Abraham Tuschinski, Een Rotterdamse Bioscoopmagnaat

Abraham Tuschinski, Een Rotterdamse Bioscoopmagnaat

Rotterdam kent verschillende bioscopen. De grootste en bekendste zijn de twee vestigingen van Pathé, LantarenVenster op de Kop van Zuid, Kino in West en Cinerama aan de Westblaak.

De stad kent echter een rijk bioscoopverleden. Voor de Tweede Wereldoorlog had de stad negentien bioscopen. Deze blog gaat in op de man die een groot aandeel speelde in het vooroorlogse bioscoopwezen: Abraham Tuschinski.

Abraham Tuschinski

Abraham Icek Tuschinski werd in 1886 geboren in Polen. Als achttienjarige nam hij zich voor om in de Verenigde Staten zijn geluk te beproeven. Hij ging op pad met de grote stroom van Joodse landverhuizers die via de haven van Rotterdam naar Amerika reisde. Wat ertussen is gekomen weten we niet, maar zijn reis is in Rotterdam blijven steken.

Daar sloot hij zich als kleermaker aan bij een groep van Poolse ambachtslieden die net als hij niet verder reisden. In Rotterdam waren al verschillende bioscopen, maar pas rond 1910 professionaliseerde het bioscoopwezen. Dat is vooral te danken aan de bemoeienissen van Tuschinski. In 1911 opende hij de Thalia-bioscoop aan de Coolvest, en twee jaar later die aan de Hoogstraat.

Voor Tuschinski was dit het begin van een bioscoopimperium. In verschillende steden opende hij filmlokalen. De beroemdste bioscoop is zijn Theater Tuschinski aan de Reguliersbreestraat in Amsterdam. De Tweede Wereldoorlog beëindigde zijn voorspoed. Het bombardement van 14 mei 1940 betekende het einde van al zijn Rotterdamse bioscopen. In Amsterdam namen de Duitsers Theater Tuschinski over. De naam werd veranderd in Tivoli, een niet-Joodse naam. Abraham Tuschinski zelf kwam op 1 juli 1942 in kamp Westerbork en werd doorgevoerd naar Auschwitz, waar hij op 17 september 1942 werd vergast.

Tuschinski’s bioscopen in Rotterdam

De bioscoopmagnaat “droomde van het ‘grootste van het grootste’ en wilde op amusementsgebied in Rotterdam haantje de voorste zijn”, schrijft historicus Paul van de Laar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Tuschinski zijn stempel heeft gedrukt op het vooroorlogse Rotterdamse bioscoopwezen. Hij wilde dat zijn bioscopen dezelfde kwaliteit boden als van een schouwburg. Dat was goed zichtbaar in zijn bioscopen.

De eerste en bekendste bioscoop van Tuschinski is Thalia. In 1911 vestigde hij deze bioscoop aan de Coolvest, in een voormalige zeemanskerk. Omdat pas in 1929 de geluidsfilm doorbrak, toonde de bioscoop voornamelijk stomme films. Een orkest speelde vanachter het scherm muziek bij het beeld op het doek.

In 1913 verhuisde Thalia naar de Hoogstraat. Tuschinski beschouwde deze bioscoop, met beschilderde muren, glas-in-loodramen en pluche lopers als het mooiste Rotterdamse theater.

Een ander bekend theater van Tuschinski was het luxe Grand Theater aan de Pompenburgsingel. Bij de aankoop ervan was dit de grootste Nederlandse bioscoop, met 1800 zitplaatsen. Na een grondige renovatie heropende het theater in 1923 met 300 zitplaatsen minder, omdat het toneel was vergroot en er ruimte was gemaakt voor een groot orkest.

Beide gebouwen werden verwoest door het bombardement van 14 mei 1940. Evenals Tuschinski zelf overleefden ze de Tweede Wereldoorlog niet. Toch blijven we Abraham Tuschinski herinneren als dé bioscoopmagnaat van het vooroorlogse Rotterdam.

Leave a Reply

Accepteer cookies meer informatie

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website [en/of Flash-applicaties] wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.

Sluiten